Skip to content

Storytrail in Leidsch Dagblad

stadswandeling LeidenLeidsch Dagblad: Heerlijke mannen waren dat, die geuzen.
Bart Schouten vuurt zijn publiek aan.
Foto: Henk Bouwman.
Door Bas Benneker.

Leiden – “Het is het jaar 1574. Gum in gedachten de straatlantaarns weg, verander de auto’s in paarden en de fietsen in hondenwagens. De Leidse straten zijn modderig. Snuif de lucht op van de aarde en de paarden, ruik de geur van uitwerpselen die opstijgt vanuit de grachten. Ziet u het? U bent nu in Leiden in de tijd van het Beleg door de Spanjaarden.” Met deze hypnotiserende woorden begint Bart Schouten zijn ‘Stadsavontuur’, een anderhalf uur durende wandeling die voert langs allerlei bekende en minder bekende plekken in de stad. De tocht loopt kriskras door de stad. Bij iedere locatie vertelt Schouten een levendige episode uit de geschiedenis van het Beleg.

Zo leren we over Willem Corneliszoon, de duivenhoeder die liever honger leed dan zijn geliefde duiven te slachten. Het waren zijn duiven die de Prins van Oranje de Leidse smeekbede om hulp tegen de Spanjaarden brachten. Als dank mocht Willem Corneliszoon voortaan de familienaam Van Duijvenbode voeren, met bijbehorend familiewapen: een helm met daaromheen duiven, nog altijd te bewonderen op de gevel van zijn huis aan het Rapenburg. In het Van der Werffpark ontmoeten we de voller Piet, de oproerkraaier die de Leidse Meute aanvoert wanneer die optrekt naar het stadhuis om brood te eisen, waarop burgemeester Van der Werff hem zijn arm aanbiedt. Bij de Burcht maken we kennis met Boisot, de Leider van de watergeuzen die de stad uiteindelijk bevrijdden.

Vuisten
Bart Schouten, met donkerblauwe vilten hoed op het hoofd, gestoken in een groen colbertje en uitgerust met paraplu en een lederen koffertje, vertelt zijn verhaal geestdriftig en laat daarbij ook zijn publiek meespelen. Zo kan het gebeuren dat op een rustige zondagmiddag een kleine menigte “Brood of de poorten open!” schreeuwt naar het standbeeld van burgemeester Van der Werff. Of dat dezelfde groep luidkeels de geuzen begroet wanneer die de Nieuwe Rijn opvaren: “Leve de Geuzen!”, roepen de mensen in koor, en ze ballen de vuisten naar een toevallig voorbijvarende sloep. Schouten vuurt ze aan: “Daar zijn de watergeuzen. Dat zijn nog eens echte mannen. Watergeuzen, dames, héérlijke mannen waren dat!”

Stadsavonturiers Rie en Astrid Berger hebben ‘genoten’ van de wandeling. “Wij zijn echte Leidenaren, ik woon hier al heel mijn leven, maar door zo’n wandeling zie ik allemaal nieuwe dingen die me nooit eerder waren opgevallen. En die gids! Het leek wel of hij echt uit die tijd komt”. Dat laatste is waarschijnlijk wel het grootste compliment voor de bevlogen verteller die de stadswandeling leidt. Want met zijn combinatie van geschiedenis, theater en een sterk verhaal waant de luisteraar zich helemaal in andere tijden. “Leve de Geuzen!”.