Begin juli reisde verteller Johannes naar Groningen om daar zijn eerste voorstelling te gaan geven na de corona-pauze. In Groningen waaide het nogal. Toen Johannes aan de voet van de Martinitoren op zijn publiek stond te wachten, rukte een windvlaag zijn vertellershoed van zijn hoofd.

De wind nam de hoed mee langs de toren omhoog. Hoger en hoger vloog de hoed, bijna tot aan de wijzerplaat. Een heel klein stipje was hij nog maar.

Toen liet de wind los. Langzaam schommelde de hoed langs de toren weer naar beneden. Lager en lager, tot hij zichzelf zachtjes neervlijde aan de voeten van de verteller.

Het terras applaudisseerde. Het vertelseizoen kon beginnen.

Laat een reactie achter